Nationaal Volkslied

Geschiedenis Wilhelmus

Bron: Wikipedia

Het Wilhelmus is het Nederlandse volkslied. Het lied bestaat uit 15 coupletten die een acrostichon vormen: in de oude variant vormden de eerste letters van de 15 coupletten de naam Willem van Nassov. De tekst wordt toegeschreven aan Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, maar deze bewering is alles behalve zeker. De melodie is afkomstig van het spotlied Autre chanson de la ville de Chartres assiégée par le prince de Condé, dat werd gezongen tijdens het beleg van de stad Chartres door de Hugenoten in 1568. De oorspronkelijk zeer eenvoudige melodie werd in 1626 van melismatiek (klankbuigingen) voorzien, genoteerd door de Veerse schepen Adriaen Valerius.
Van het Wilhelmus wordt meestal het eerste couplet gezongen, soms gevolgd door het zesde, dat in de Tweede Wereldoorlog erg populair was. Het Wilhelmus is het Nederlandse volkslied sinds 10 mei 1932. Tot dan was het lied “Wien Neêrlands bloed” het volkslied. Het Nederlandse volkslied is het oudste volkslied ter wereld. Waarschijnlijk is het lied geschreven tussen 1568 en 1572, de precieze datum is onbekend, het lied is dus meer dan 400 jaar oud. Er kan niet gezegd worden dat het Wilhelmus het oudste officiële volkslied is. Als onofficieel volkslied heeft het echter wél een oude status: het werd de eeuwen door bij allerlei gelegenheden graag door het volk gezongen..

Tekst Wilhelmus, couplet 1 t/m 8


1e couplet

Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.
------------------------------------------------------------------
2e couplet
In Godes vrees te leven heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven, om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren in mijnen regiment.
------------------------------------------------------------------
3e couplet
Lijdt u, mijn onderzaten die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten, al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven, bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven, dat ik u helpen mag.
------------------------------------------------------------------
4e couplet
Lijf en de goed tezamen heb ik u niet verschoond,
mijn broeders, hoog van namen hebben 't u ook vertoond.
Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven verwacht den jongsten dag.
------------------------------------------------------------------
5e couplet
Edel en hooggeboren, van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren, als een vroom christenman.
Voor Godes woord geprezen, heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vrezen mijn edel bloed gewaagd.
------------------------------------------------------------------
6e couplet
Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven, uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.
------------------------------------------------------------------
7e couplet
Van al die mij bezwaren en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren den trouwen dienaar Dijn.
Dat zij mij niet verrassen in haren bozen moed,
hun handen niet en wassen in mijn onschuldig bloed.
------------------------------------------------------------------
8e couplet
Als David moeste vluchten voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven, verlost uit alder nood.
Een koninkrijk gegeven in Israël zeer groot.

couplet 9 t/m 15


9e couplet

Na 't zuur zal ik ontvangen van God, mijn Heer, het zoet,
daar na zo doet verlangen mijn vorstelijk gemoed.
Welk is, dat ik mag sterven met ere in het veld,
een eeuwig rijk verwerven als een getrouwen held.
------------------------------------------------------------------ 
10e couplet
Niet doet mij meer erbarmen in mijnen wederspoed, 
dan dat men ziet verarmen des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken, o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke, mijn edel hart dat bloedt.
------------------------------------------------------------------ 
11e couplet
Als een prins opgezeten met mijner heireskracht,
van den tiran vermeten heb ik den slag verwacht.
Die, bij Maastricht begraven, bevreesde mijn geweld,
mijn ruiters zag men draven zeer moedig in dat veld.
------------------------------------------------------------------ 
12e couplet
Zo het den wil des Heren op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven, die alle ding regeert,
die men altijd moet loven, en heeft het niet begeerd.
------------------------------------------------------------------ 
13e couplet
Zeer christlijk was gedreven mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden, mijn onschuld maken kond.
------------------------------------------------------------------ 
14e couplet
Oorlof mijn arme schapen die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen, al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven, zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven, 't zal hier haast zijn gedaan.
------------------------------------------------------------------ 
15e couplet
Voor God wil ik belijden en Zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden den Koning heb veracht.
Dan dat ik God den Heere, der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren in den gerechtigheid.